Een doordeweekse dinsdag in mei. Een fietstochtje langs de Schelde. Zoals zo dikwijls fiets ik langs de Scheldeboorden die bedreigd worden door snode bruggenbouwers en betonboeren.
In de bloeiende berm is een man geknield, zijn hoofd bijna tegen de grond. Is hij gevallen of onwel geworden? Ik hou halt en dan kijkt hij op. Niets aan de hand. Hij ziet er gezond en wel uit. Maar hij beseft dat hij mij een verklaring schuldig is. “Ik ben klavertjes vier aan het zoeken”, zegt hij. “Dit de ideale plaats om er te vinden. Kijk, ik heb er al één”.
Hij opent zijn handen en inderdaad, hij heeft een klavertje vier. Dan kan ik het niet laten om hem er op te wijzen dat deze unieke klaverlocatie bedreigd wordt door het waanzinnige plan om hier een brug te bouwen. We geraken in gesprek en binnen de kortste keren hebben we er met Brugverzet een sympathisant bij.
Als ik me klaar maak om afscheid te nemen en verder te fietsen, houdt hij tegen. “Hier”, zegt hij. “Dit klavertje vier is voor jullie. Ik hoop het jullie alle geluk brengt in de strijd voor het behoud van dit stukje mooie natuur !”
Reactie plaatsen
Reacties